Ellen Monteban, adviseur bij Innovatie nul13, heeft een heldere kijk op deze kwesties. Innovatie nul13 is een landelijk bureau dat strategisch inhoudelijk advies en monitoring van data aan elkaar koppelt. Monteban richt zich binnen dit bureau op het verbeteren van de samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs, jeugdgezondheidszorg en jeugdzorg. Ze ondersteunen gemeenten bij het ontwikkelen van passend beleid op het gebied van onderwijsachterstanden en het realiseren van effectieve samenwerking. Op deze manier krijgen kinderen met extra ondersteuningsbehoeften de zorg die ze verdienen.
Kennis en expertise
Monteban ziet dat vanuit het werkveld veel hulpvragen komen voor kinderen met een extra ondersteuningsvraag. ‘Pedagogisch medewerkers geven regelmatig aan niet voldoende toegerust te zijn op de uitdagingen die ze tegenkomen,’ vertelt ze. ‘Ze missen specifieke expertise en kennis die vaak niet in hun opleiding aan bod komt. Bijvoorbeeld als er veel kinderen met een extra ondersteuningsvraag op een voorschoolse educatie (VE)-groep zitten. Soms kunnen medewerkers het VE-programma dan niet meer uitvoeren zoals bedoeld. Omdat deze kinderen extra aandacht vragen, kost dit veel tijd. En dit zorgt er ook voor dat pedagogisch medewerkers meer werkdruk kunnen ervaren.’
Wie is verantwoordelijk?
Eén van de grote knelpunten is dat er geen wettelijke opdracht voor gemeenten is om passende kinderopvang te bieden voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. ‘Gemeenten zijn niet wettelijk verplicht om te zorgen voor passende opvang,’ legt Monteban uit. ‘Dit betekent dat sommige kinderen tussen wal en schip dreigen te vallen. Ze kunnen niet meer terecht op de reguliere opvang omdat de kinderopvang niet verplicht en toegerust is om kinderen met extra zorgbehoeften op te nemen of binnenboord te houden. Dit in tegenstelling tot onderwijsinstanties die deze verplichting wel hebben.
Dit betekent niet dat de situatie perspectiefloos is. Monteban benadrukt dat er, hoewel er geen wettelijke verplichting bestaat, wel degelijk ruimte is voor gemeenten om samen te werken met kinderopvang, onderwijs en zorginstellingen.
Waar Monteban vooral veel ruimte voor kansen ziet, is binnen de voorschoolse educatie (VE). ‘Zij hebben weldegelijk een wettelijke opdracht. VE is namelijk bedoeld om kinderen met een risico op onderwijsachterstanden een goede start te geven. Via de VE kan het werken aan integratie van kinderen met extra ondersteuningsbehoeften worden bevorderd, waardoor segregatie wordt tegengegaan.’
Wil je weten hoe je die samenwerking met de gemeente en andere partners kunt aangaan en zo passende kinderopvang kunt bieden? Kom dan naar het congres Samenwerken in het Netwerk op 12 juni. Ellen Monteban zal hier een van de sprekers zijn en je stap voor stap meenemen in het proces. Meer info en aanmelden >>
De oplossing?
Waar ligt de oplossing tot het bieden van passende kinderopvang? ‘Samenwerking is cruciaal, aldus Monteban. ‘Het is belangrijk dat gemeenten, kinderopvang, het primair onderwijs, de JGZ, het samenwerkingsverband en wijkteams gezamenlijk optrekken om passende zorg te bieden aan kinderen. Het gaat om ontmoeting, moeite doen om elkaar te begrijpen, elkaars taal spreken, elkaar kennen en een relatie opbouwen.’ De gemeente speelt hierin een centrale rol als regisseur, die ervoor zorgt dat alle betrokkenen goed met elkaar kunnen samenwerken.
’In onze aanpak onderzoeken we met een survey waar de behoeften liggen, zowel vanuit de kinderen als ook vanuit de medewerkers. Om uiteindelijk datgene te doen dat nodig is en geen ‘one size fits all’ in te zetten. Voorbeelden van interventies kunnen zijn: ‘Er kan bijvoorbeeld iemand met meer expertise naar binnen worden gehaald en soms kunnen de groepen worden verkleind. Ook kunnen pedagogisch medewerkers extra coaching of scholing krijgen’, aldus Monteban. ‘Daarnaast gaan we met coalities binnen de gemeenten aan de slag met het opzetten van de samenwerkingsstructuur.’
In de praktijk betekent dit volgens Monteban dat er een gezamenlijke visie moet zijn over hoe kinderen met extra behoeften ondersteund moeten worden. ‘Inclusie en kansengelijkheid zijn hierin belangrijke thema’s’. Daarbij is het belangrijk dat alle betrokkenen de handen ineenslaan en hun krachten bundelen. Verschillende expertises kunnen elkaar verrijken en ontlasten. Je kunt ontzettend veel aan elkaar hebben als je elkaar weet te vinden. Het is belangrijk om met elkaar in gesprek te gaan en een gezamenlijke aanpak te ontwikkelen. Bijvoorbeeld: wie heeft welke verantwoordelijkheid en wie betaalt waarvoor? Soms kan dit uit een potje van de gemeente komen of soms kunnen partijen overeenkomen ieder een gedeelte te betalen.’
Geen hapklare methode
Het bieden van passende kinderopvang voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften is een uitdagend proces. ‘Er is geen hapklare invulling en het is geen trucje. Wat bij de ene gemeente werkt, werkt niet bij een ander. Iedere gemeente is weer anders georganiseerd.’ Toch is de boodschap van Monteban duidelijk: ‘Door gezamenlijk de verantwoordelijkheid te nemen, kunnen we zorgen voor een inclusieve en ondersteunende omgeving voor alle kinderen. Als je die samenwerking opzoekt en naar elkaar toe beweegt, zorg je ervoor dat kinderen met extra ondersteuningsbehoeften niet langer tussen wal en schip vallen en in de kinderopvang een passend aanbod krijgen.’